Rijden over Kasseien

Een oefening in relaxatie

Kasseien zijn bij de gemiddelde motard niet populair. De redenen zijn legio: ze zijn spekglad en je wordt door elkaar gerammeld, het ligt altijd op de verkeerde plaatsen, meestal zie je ze pas liggen als het al te laat is en als je erop rijdt, crash je gegarandeerd. Als je echter over de juiste mentale ingesteldheid beschikt en een aantal eenvoudige grondregels toepast, vormt dit wegdek een veel minder belangrijk probleem.

Integendeel, mits aangepast rijgedrag en een vooruitziende blik staat niets je in de weg om volop te genieten van het natuurschoon rondom jou. Het is trouwens net langs die nauwe kasseiweggetjes dat de mooiste plekjes liggen. Daar is nog niet teveel gebouwd, daar heerst er nog rust (nadat je je motor hebt afgezet).

DROOG is niet NAT

Om te beginnen moet er een onderscheid gemaakt worden tussen DROGE en NATTE kasseien. Op droge kasseiwegen beschik je nog over relatief veel grip. Je kunt vrij hard remmen, vlot bochten nemen en voor geen al te bruuske manoeuvres moet je geen schrik hebben. Let wel, een sportieve rijstijl is toch nog steeds af te raden, het is immers géén asfalt! Natte kasseien zijn daarentegen spekglad. Remmen, accelereren, manoeuvres uitvoeren doe je met gepaste voorzichtigheid.

De juiste aanpak

Hoe handel je op een kasseiweg? Hoe voorkom je zitpijn, rugpijn en een schuiver van formaat met nog meer pijn tot gevolg? Volg onze raad op en we garanderen je hernieuwd rijgenot!

Ontspan

Jawel: ontspan. Velen verstijven op ’t moment dat ze die kasseien oprijden. Ze spannen arm- en beenspieren op, knijpen ongezond hard in hun stuurhelften en klemmen de knieën te hard tegen de tank. Dat is een heel foute reactie. Door te verkrampen vormt je lichaam een star geheel met de motorfiets en verhinder je het soepel bewegen van het stuur. Ontspan je dus, let erop dat je terug even ontspannen gaat zitten als daarnet, vooraleer je de kasseiweg opreed. Los de spanning in je beenspieren, druk je knieën lichtjes tegen de tank aan zodat je de motorfiets goed voelt bewegen. Laat je armen zo ontspannen en los mogelijk bengelen. Het spreekt vanzelf dat je je stuurhelften goed blijft vasthouden. Een goed voorbeeld zijn de motorcrossers. Die gaan zelfs nog een hele stap verder: ze blijven namelijk rechtop staan en laten de machine onder zich heen en weer springen. Omdat ze stevig op de voetsteunen staan en het stuur stevig maar soepel vasthebben, is een dergelijke handelswijze probleemloos mogelijk.

Plooi je armen

Let er goed op dat je ontspannen blijft. Door je armen wat te plooien en los te laten hangen, kan je voorwiel beter zijn weg zoeken. Je zult eveneens een betere controle hebben over de draaibewegingen van je stuur. Als het voorwiel plots naar beneden zou duiken in een verzakking in het wegdek, gaat het stuur aan je armen trekken. De geplooide armen gaan simpelweg met het stuur meebewegen en dus strekken. Als ze voldoende geplooid zijn zal er niet aan je bovenlichaam gerukt worden en blijft je eigen balans onverstoord. Kortom, je zal wat meer naar voren moeten leunen.

Vermijd bruuske handelingen

Zelfs op een mooie vlakke droge kasseiweg is er weinig grip. Rij daarom zo vloeiend mogelijke lijnen, accelereer en vertraag zo soepel mogelijk. Stuur voorzichtig. Overdenk je handelingen.

Vertraag

De snelheid waarmee je daarnet nog lekker aan het zoeven was, is wellicht toch te hoog voor kasseien, zeker als ze kletsnat zijn. Vertraag daarom. Op een rechte lijn kun je nog argumenteren dat het toch niet zo’n kwaad kan want rechtdoor rijden is immers niet (lees: minder) gevaarlijk, maar dat argument valt weg als je dan toch een bocht moet nemen of als de kasseiweg heel erg bol ligt. Dan kun je alle grip om recht te blijven, gebruiken. Vertraag daarom. Je zult je remmen dan minder nodig hebben, remmen op de motor zal misschien al voldoende zijn in bepaalde situaties. Moet je toch bijremmen, doe het dan op een verstandige wijze (zie verder).

Kies je positie op het wegdek

Kasseiwegen zijn door de band vrij oud en samengesteld uit grote rond afgesleten stenen, de zogenaamde kinderkopjes. Dergelijke weggetjes liggen meestal behoorlijk bol. Rij bij voorkeur in de wielsporen. Die zijn hol en daardoor is niet alleen het contactvlak van je banden met het wegdek groter en heb je dus meer grip, maar het is ook een veel stabielere positie waardoor je wielen minder snel gaan schuiven. Denk maar aan een knikker die onderaan in een kom ligt. Die zal niet zomaar vanzelf beginnen rollen.

Er is echter veel kans dat die sporen vol modder en ander vuil zitten. Daardoor zal het af en toe zinniger zijn om midden op de kassieweg te rijden. Hou er dan wél rekening mee dat je wielen van die bolle kant kunnen afglijden! Hoe dieper de wielsporen en hoe boller het middenspoor, hoe groter de kans daartoe.

De schuine kanten zijn helemaal af te raden. Hier rij je zo weinig mogelijk op. Er is voortdurend het risico dat je weg gaat glijden. Denk maar aan de knikker van daarnet!

Zoek een comfortabel tempo

De meest comfortabele rijsnelheid is die waarbij jijzelf rustig zit en je vering alle putten en bulten perfect effent. Er zijn twee factoren die het comfort beïnvloeden: de kasseien zelf en de vering van je motorfiets.

Elke kasseiweg heeft iets wat je z’n “eigenritme” zou kunnen noemen. Het eigenritme wordt bepaald door de grootte van de kasseien (klein of groot), de vorm der stenen (plat of rond) en hoe ze gelegd zijn (regelmatig, onregelmatig, effen, dicht bij of ver uit elkaar, ). Dit ritme komt tot uiting als je erover rijdt en het dicteert de bewegingen van de wielen.

Deze bewegingen worden echter opgevangen door vering en demping. Zonder de voor- en achtervering zouden de wielen het contact met het wegdek verliezen. De vering heeft eveneens haar eigen “eigenritme”, dat afhankelijk is van tal van factoren zoals daar zijn: dikte van de olie, sterkte van de veren, afstelling van vering en demping.

Als beide ritmes met elkaar in harmonie zijn, effent de vering alle oneffenheden en zit jij in alle rust te genieten van de rit.

Als je dus een kasseistrook oprijdt en je merkt dat het behoorlijk ongemakkelijk is, probeer dan eens een andere snelheid: wat trager of wat sneller. Er is zeker en vast een tempo waaraan je comfortabel kunt reizen.

Laat het voorwiel zijn weg zoeken

Elke oneffenheid vormt een obstakel waartegen het rollende voorwiel tegenop botst. Een fractie van een seconde wordt het omhoog en/of opzij geduwd. Je voelt die reactie in je stuur. Als de weg echt slecht ligt, kan je stuur behoorlijk heen en weer slaan. Vandaar de raad om je stuur stevig vast te houden en je armen te plooien. Een fractie later is het voorwiel over die kassei en rolt het gewoon weer verder, om 5 cm later terug te botsen op een andere kassei. En opnieuw zal het voorwiel een duw krijgen, en opnieuw vindt het vanzelf zijn weg. Dankzij de NALOOP zal het voorwiel steeds blijven terugkeren naar z’n gewone rechtuit positie.

Denk hierbij aan een wieltje van een winkelkarretje. Als je het karretje vooruit duwt, keert het steeds terug naar zijn oorspronkelijke positie. Dat is omdat het zo speciaal scharniert (=het contactvlak wiel-grond bevindt zich ACHTER de verticale zwenkas van het wieltje). Daardoor loopt het wieltje steeds zijn eigen zwenkas achterna. De afstand tussen dit contactvlak en de zwenkas heet NALOOP. Ook het voorwiel van een motorfiets heeft zo’n naloop.

Als jij je stuur heel star vasthoudt, verhinder je de natuurlijke zwenkbeweging van het voorwiel en bemoeilijk je het balanceren van jezelf en je machine.. Bij sportmachines is de naloop zeer kort en is er weinig nodig om het voorwiel te laten zwenken. Bij toermachines en customs is de naloop vrij lang en het stuur blijft daardoor veel rustiger. Daarom ook dat de laatste twee categorieën comfortabeler rijden op kasseien.

Gebruik je achterrem

Doe dit zoveel mogelijk want een slippend achterwiel is veel beter onder controle te houden dan een slippend voorwiel. Rem je toch met de voorrem, gebruik hem dan soepel en met verstand. Trek het remhendel traag in tot je de weerstand voelt toenemen. Op dat moment zitten de remzuigers tegen de remschijf of remblokken en is alle vrije slag uit je remhendel. Harder knijpen zal een beduidende remwerking tot gevolg hebben. Je weet dit natuurlijk allemaal wel, maar we verzoeken je met aandrang om het hard remmen op kasseien en losse ondergrond zoveel mogelijk te vermijden.

Om af te ronden

Wie bovenstaande raadgevingen goed in z'n oren knoopt, zal mettertijd ondervinden dat kasseiwegen nog niet zo erg zijn. Een goed tempo zoeken en soepel handelen zijn de sleutelwoorden voor een leuke rit. Als ze proper en droog zijn tenminste. Natte kasseien blijven glad als ijs. Daar helpen alleen uiterste voorzichtigheid en traagheid. Op droge wegen kun je echt met volle teugen genieten van de omgeving. Zoals reeds in de intro vermeld, vind je rond deze kasseiwegen nog steeds de allermooiste plekjes. Het zou zonde zijn om zo'n wegje NIET te nemen louter en alleen omdat je je er niet op gemakkelijk voelt.

You are here: Home Motorrijden Rijtechnieken Rijden over Kasseien