Tempo - Deel 1/2

De filosofie

Racen behelst snelheid, concentratie en toewijding: er is haast geen foutenmarge als je aan 100% van je kunnen rijdt en het resultaat van een fout is gewoonlijk catastrofaal. Hetzelfde geldt voor wat we sportief straatrijden zullen noemen. Hoewel het minder intens en minder op de limiet is, zou je denken dat het minder gevaarlijk is, maar niets is minder waar. Op de openbare weg heb je immers veel minder controle over de omstandigheden. Daardoor kunnen fouten en overdreven agressief rijden nog steeds heel catastrofaal uitpakken. Vele oud-straatracers hebben na het ontdekken van het circuit het racen op straat dan ook afgezworen. "Te gevaarlijk, te veel variabelen die je niet in de hand hebt en te gemakkelijk om jezelf te verliezen in een roes van snelheid.", beweren ze.

Toch is het perfect mogelijk om te genieten van een lekker vlot gereden rit, zonder dat je meteen de politie alarmeert of zonder dat je meteen je hachje riskeert. Een vlotte rit over je favoriete weg en met je geliefkoosde machine kan de fijnste manier zijn om een aantal vrije motoruurtjes te spenderen. Het grootste genot haal je er bovendien uit als je rijdt aan een bepaald, constant tempo. Of beter nog : als je rijdt aan Het Tempo.

Eén jaar nadat ik gaan werken ben bij The Motorcyclist in 1984 werd Mitch Boehm aangeworven. Zes maand later kwam Het Tempo in ons leven en gedurende de volgende maanden van testen en plezierritjes in de weekends werd het geperfectioneerd. Nu is Het Tempo een deel van mijn leven - en ook een deel van de groep waar ik zondagmorgen regelmatig mee op pad ga. Het Tempo is niet zomaar een saaie straattechniek die alleen maar dient om motorrijders meer overlevingskansen te bieden. Integendeel, wie Het Tempo beheerst, zal nog nooit met zoveel voldoening met de motorfiets gereden hebben.

Rij beheerst

Het Tempo focust zich op motorfietsbeheersing en legt de nadruk niet op pure snelheid. Sterker nog, volgas-acceleratie en ultralate remacties maken totaal geen deel uit van het programma. Hiermee zijn direct de twee belangrijkste oorzaken van ongevallen bij sportief rijden uitgeschakeld. Bochtensnelheid is "the name of the game", waarbij we ons concentreren op de krachtige stuurbewegingen waarmee we de motorfiets goed positioneren voor het ingaan van de bocht en hem zonder veel tijd of afstandsverlies de bocht ingooien. Aangezien we het gas bij het verlaten van de vorige bocht niet helemaal opengezet hebben, is er nauwelijks enig remmen nodig bij het aansnijden van de volgende bocht. Als je met onze groep meerijdt, is het niet ongewoon als je heel de morgen geen enkel remlicht ziet aanfloepen.

Rem op tijd
 

Als remmen toch nodig is, wordt het hendel vloeiend, snel en met behoorlijk wat kracht ingeknepen om de ingangssnelheid zo snel mogelijk te bereiken. Een bocht aansnijden al remmende staat gelijk met uit de bocht vliegen. Het betekent dat je veel te hard bezig bent en dat je er niet in slaagde om een goeie ingangssnelheid te behalen omdat je véél te lang aan het gashendel hing. Als je aan Het Tempo rijdt ben je veel minder bezig met het gas- en remhendel, de twee gemakkelijkst te misbruiken instrumenten, en je inschattingsvermogen van je bochtensnelheid gaat er enorm op vooruit. Dit is nu net het meest spannende aspect van sportief straatrijden.

Benut je rijvak

Over de middenlijn gaan kan absoluut niet getolereerd worden, behalve natuurlijk tijdens het inhalen. Het is nog zo'n teken dat je veel te hard aan het pushen bent om te kunnen volgen. Zelfs als je een duidelijk zicht hebt doorheen een linkerbocht blijf je aan de rechterkant van de middenlijn. Rechts van die lijn blijven is veel uitdagender dan gewoon recht doorheen elke bocht te rijden, en als de hele groep hier aan meedoet is de verleiding om vals te spelen zo goed als onbestaande. Hoewel straatrijden niet beschreven zou mogen worden in racetermen, kun je je rijvak zien als de racepiste. Je rijvak verlaten betekent dan crashen.

Een perfecte motorfietsbeheersing laat je toe om elke centimeter van je rijvak te benutten zolang de omstandigheden het toelaten. In bochten waar je zicht niet belemmerd wordt en er geen verkeer afkomt, snij je de bocht relatief laat aan waardoor de apex vrij diep aan de binnenkant van je rijvak ligt, vervolgens accelereer je uit en toucheer je lichtjes de buitenzijde van je rijvak op het moment dat de motorfiets recht komt. Bestuur je machine krachtig maar vloeiend om de overgangstijd tot een minimum te beperken. Wring hem niet hardhandig de bocht in want het chassis zal tijdens de overgangsfase wat meegeven. Te hard sturen/wringen kan de machine doen wiebelen waardoor je mogelijks van je lijn afwijkt. Aangezien je niet geremd hebt, kun je vrij snel gas geven, nog voor de apex, wat de motorfiets terug in balans brengt en dan is het moment al gekomen om de bocht te verlaten.

Meestal echter laten de omstandigheden het gebruik van de volle breedte van je rijvak niet toe. Blinde hoeken, tegemoetkomend verkeer en vuil op de weg zijn enkele criteria die een meer conservatieve benadering dicteren, dus hou een meter over als foutenmarge, zeker aan de linkerkant van het rijvak waar in de fout gaand tegemoetkomend verkeer fataal kan zijn. In blinde rechterbochten ga je gewoon minder breed de bocht in en om in linkerbochten niet verrast te worden door tegenliggers die zelf over de middenlijn rijden, leg je je eigen apex een meter meer naar buiten toe. Omdat je aan Het Tempo rijdt en niet volgas, biedt je gecontroleerde rijstijl je voldoende extra tijd om te kunnen reageren op onverwachte steenslag of andere vuiligheid op je rijvak. Het meest naar buiten gelegen wielspoor is meestal het properst omdat het gewicht van een auto in bochten sterk op de buitenwielen drukt en zo het vuil van de weg schraapt. Mik dus naar die lijn.

Goed Leiden

De straat is geen raceterrein en er is zelfkennis, zelfverzekerdheid en zelfcontrole nodig om dit zo te houden. De leider bepaalt het tempo en let in zijn spiegels op zijn volgers. Zo kan hij zijn snelheid wat laten zakken indien hij merkt dat de volgers fouten maken, zoals over de middenlijn rijden en in bochten naast de motorfiets gaan hangen. Als hij op de rechte stukken te snel blijkt te gaan, vertraagt hij eenvoudigweg wat op de rechte stukken maar in de bochten blijft hij Het Tempo aanhouden zodat er niets aan plezier ingeleverd moet worden. De kleine groep van 3 à 4 rijders waar ik meerijd is zo harmonieus dat Het Tempo gelijk blijft, ongeacht wie er leidt. De leiding wordt af en toe afgestaan na een vlug handgebaar, maar voor wie z’n ego primeert is geen plaats. Vergis je niet, we rijden energiek en snel -- in de bochten. Iedereen met een rechterarm kan rechte lijnen afvlammen; in de beheersing der bochten komt Het Tempo tot leven.

Elk heeft recht op leertijd

De volgafstanden zijn relatief lang, de rechte stukken die aan bescheiden snelheden verreden worden, zijn ideaal om de gaten te dichten. Het houden van een goede afstand heeft diverse redenen; nog afgezien van het feit dat het veiliger is, zal de politie niet gauw doorhebben dat we aan het spelen zijn. Omdat de hanging-off stijl niet toegepast wordt bij Het Tempo lijkt het ook of we minder snel gaan en op een verstandige, volwassen en oppassende manier rijden. Politie en publiek bekijken je direct met andere ogen. Bochten aan hoge snelheid nemen terwijl je gewoon recht op de moto zit is een enorme uitdaging.

Het aanleren van Het Tempo aan een nieuwe rijder neemt wel wat tijd in beslag omdat je met Het Tempo hele hoge bochtensnelheden kan halen. De nieuwkomers willen altijd weer het gas vol open draaien bij het uitkomen van bochten om goed te maken wat ze verliezen bij het insteken ervan. Onze groep vertraagt heel sterk als een nieuweling onze rangen vervoegt. We doen dit omdat we weten dat door onze techniek van niet al te hoge rechtuitsnelheden en niet-remmen een onwetende aan een te hoge snelheid een bocht ingezogen kan worden met veel kans op een zwaar ongeval. Als je een nieuwe rijder in je groep hebt die Het Tempo aan het leren is, tik je best even je rem aan voor de bocht om hem te waarschuwen dat er wat aankomt en dat hij zich absoluut niet verplicht moet voelen om de groep bij te houden.

Als we rijden aan Het Tempo communiceren we haast voortdurend. Een voetje uitsteken duidt op straatvuil, alle vertragingen of intenties om af te slaan worden op voorhand aangeduid met de richtingaanwijzers, even met de linkerhand wuiven als bedankje voor de wagens die wat naar rechts uitwijken zodat wij vrije doorgang hebben. Met je linkerhand kan je ook tegemoetkomende motorrijders toewuiven, een uitstervende gewoonte die we toch wel graag zouden terugzien. Als je van mening bent dat Het Tempo een ontspannende, niet-competitieve manier van rijden (in groep) is, dan heb je volkomen gelijk.

Voor iedereen

Ik zou veel liever een zondagmiddag rond rijden in de bergen aan Het Tempo dan een zondag op het circuit, zo zalig is dat Tempo. Tegensturen, daar draait het allemaal rond. Een zachte doch krachtige duw op je stuur dat via een stijf sportmotorframe haast rechtstreeks verbonden is met het contactvlak van de banden. Aan Het Tempo rijden is zeker datgene wat de fabrikanten in hun achterhoofd hadden toen ze al die straatsportmotoren ontwikkeld hebben.

Maar de machine is zeker niet het meest belangrijke aspect tijdens Het Tempo. Het Tempo kun je bereiken met gelijk welk voertuig dat een bocht kan nemen. Het allerbelangrijkste bij Het Tempo is de goede ingesteldheid; zich realiseren dat die vriend vlak voor je geen tegenstander is, zijn recht op het occasionele leiderschap van de groep respecteren en zijn rijdercapaciteiten krediet geven. Je moet volwassen genoeg zijn om de snelheid op de rechte stukken te beperken zodat de groepsleden contact kunnen houden en je moet beseffen dat je met echte racetactieken zoals ultralaat remmen en voortdurend de naald in het rode jagen alleen maar het publiek en de politie tegen je in het harnas jaagt. Wees er dan maar zeker van dat de wetten van de zwaartekracht vroeg of laat hun tol zullen eisen. Als de groep dan eindelijk ter bestemming aankomt na een ritje aan Het Tempo zal niemand zich vernederd voelen of het gevoel hebben dat hij bij de terugkeer revanche moet nemen. Als je iets te bewijzen hebt, doe dat dan op een circuit.

Op circuit meet men je snelheid met een chronometer en door middel van rechtstreekse competitie wordt je agressie om de beste te zijn ten volle gestimuleerd. Het enige attractieve van sportief straatrijden is de hoeveelheid plezier die je hebt, niet de rondetijden, niet de podiumplaats of de verslagen tegenstanders. Er is een enorm verschil maar rijders die zelf nog niet ontdekt hebben wat het is om aan Het Tempo in groep bochten te nemen, weten het niet.

Scheur op het circuit. Rij tempo op de straat.

Auteur: Nick Ienatsch
Originele titel: The Pace
eerder gepubliceerd in Motorcyclist, Nov 91
Nick Ienatsch is een in Amerika bekende motorracer en motorjournalist.
Auteur van het boek "Sport Riding Techniques".
Momenteel geeft hij les aan de raceschool van “Fast” Freddie Spencer, voormalig meermalig wereldkampioen motorracen.
www.fastfreddie.com)

Vertaling: Paul D'Hooghe