Tempo - Deel 2/2

De straat is geen circuit

Twee weken geleden stierf een motorrijder. Hij was met z'n motorfiets in de ravijn gestort die langs één van onze favoriete wegen loopt. Geen grind op de weg, geen tegenligger die hem hinderde, geen ijs. De kerel heeft het simpelweg verknoeid. Een stuurfout. Te veel enthousiasme in combinatie met te weinig talent. Het was niet de eerste keer dit jaar en op deze weg. Zoals met de meeste motorfietsongevallen waar geen andere partij in betrokken is, ging de rijder aan een veel te hoge snelheid in de bocht, hij realiseerde het zich, rechtte de motorfiets en stampte op de achterrem. Bye bye.

Was dit op een circuit gebeurd dan zou de bestuurder in de grindbak getuimeld zijn om nadien naar de EHBO-stand te strompelen voor wat verband. Vervolgens zou hij terug gegaan zijn naar de pits om daar zijn stuur recht te trekken en om na te denken over zijn fouten. Dus laten we alsjeblieft één ding heel erg duidelijk stellen: de straat is geen circuit. Het als dusdanig gebruiken echter, zal je rijderscarrière danig verkorten. Je zult dan nooit Het Tempo kunnen ontdekken. Het Tempo : allesbehalve een synoniem voor het zogenaamde straatracen - en vele malen plezieriger.

Behoud de controle

Het Tempo plaatst een motorfiets in de rol waarvoor hij ontworpen is: een gecontroleerd vehikel, en niet het controlerende vehikel. Veel te veel bestuurders van sportmachines veranderen in plompe bagage van zodra ze het gashendel opendraaien - de versnelling en de snelheid zijn zo overdonderend dat ze machteloos meegesleurd worden. Bij Het Tempo is pure snelheid niet de hoofdzaak en de lol die je eraan beleeft is steeds even groot, ongeacht of je nu een RSV 250 of een ZX-12R berijdt, omdat de nadruk ligt op de kwaliteiten van de rijder en niet op de snelheid waarmee je je rechterpols kunt verdraaien. Elke idioot kan aan z'n gas draaien, maar diezelfde idioot heeft geen idee hoe hij deftig moet stoppen of bochten nemen. Leren stoppen redt je leven, bochten leren nemen zal het verrijken. Wat is er immers zaliger dan je motorfiets op zijn oor te smijten in een bocht?

Kijk naar waar je moet zijn

Een motorfiets een bocht doen nemen behelst het duwen en/of trekken aan de stuurhelften; de meeste sportieve rijders zullen dit ondertussen wel al weten. Realiseer echter wel dat de kracht die je uitoefent op het stuur de wijze bepaalt waarop de motorfiets instuurt. Snok eraan, en de machine flipt over, oefen er zacht wat druk op, en de machine zal lui insturen. Verschillende bochten vereisen verschillende technieken, maar als je begint te denken aan lijnen, laat insturen en late apexen, en je wilt je machine op het exacte moment insturen om in een mum van tijd de ideale hellingsgraad te bereiken, dan zul je vastberaden, kort en krachtig moeten sturen. Doe je het wat rustiger aan, dan kun je de gewonnen tijd gebruiken om nog wat bij te remmen of wat dieper de bocht in te rijden, zodat je meer tijd hebt om hem te beoordelen en je minder snel verrast zult worden. Het is belangrijk om zo ver mogelijk in de bocht te kijken en het welbekende adagio te onthouden: " Je rijdt waarnaar je kijkt".

Rem niet te hard

De ultieme overlevingsstrategie, op de tweede plaats na beheerst remmen in noodsituaties, is het vroeg bepalen van je ingangssnelheid van een bocht, of zoals Kenny Roberts Sr. altijd zegt: "Traag erin, snel eruit". Straatracers zullen 99 op 100 keer wel een bocht doorkomen, maar die ene, de laatste bocht, heeft grind, modder of een auto op de weg. Je ingangssnelheid vroeg genoeg bereiken laat je toe om je bochtensnelheid en je lijn ten allen tijde aan te passen, zodat je bij verrassingen de situatie meester kunt blijven.

We zijn allemaal wel al eens te snel een bocht ingedoken en kennen niet alleen de ermee gepaard gaande horror maar ook het gebrek aan controle terwijl je bijna wanhopig je machine door de bocht probeert te leiden. Als je aan 't vechten bent met de remmen en je machine harder tracht te sturen, heb je geen enkele kans meer als een verrassing zich aandient. Kies daarom je ingangssnelheid vroeg genoeg en kijk goed diep in de bocht zodat je weet welk type bocht eraan komt. Vermindert de straal? Is er negatieve verkanting? Is er een onverharde berm waarvan wat vuil op het wegdek beland is?

Racers spreken constant over laat remmen, maar die techniek wordt tijdens races eigenlijk alleen maar gebruikt om iemand uit te remmen om zo hoger in de rangschikking te komen. Hoe harder je remt, hoe minder goed je je bochtensnelheid accuraat kunt inschatten, en de meeste racers die teveel vertrouwen op hun remmen worden meestal bij het uitgaan van de bocht voorbijgegaan omdat ze in de bocht zelf veel snelheid verloren. Bovendien ben je bij laat remmen gedwongen om je remmen wat te laten slepen of te sturen terwijl je nog aan het remmen bent. Hoewel licht slepend remmen een uitstekende en bruikbare techniek is, moet je begrijpen dat je voorband slecht een beperkte hoeveelheid grip kan bieden.

Als je het grootste deel van de tractie van je voorband gebruikt om te remmen en tegelijk een maximum aan bochtentractie verlangt, zal een lowsider het resultaat zijn. Besef ook dat als je heel hard remt de voorvork haast volledig ingeduwd is en dat veert en stuurt moeilijker. Als je altijd en in elke bocht al sturende aan het vechten bent met de motorfiets, dan is het misschien omdat je te lang en te laat remt tot in de bocht toe. Al deze problemen worden efficiënt geëlimineerd als je vroeg genoeg je ingangssnelheid bepaalt, en laat dat nu net erg belangrijk zijn bij het Tempo.

Omdat je niet bij elke bocht loeihard aan het remmen bent, zal je veel meer plezier beleven aan het nemen van bochten. Je zult de dwangmatige gedachte van je motorfiets in elke bocht te moeten gooien en het gas er steeds zo vroeg mogelijk op te zetten, snel afleren. Racers hebben het over de aandrijving van de motorfiets, en dat is op de gewone wegen zeker even belangrijk. Heb je al gemerkt hoe stabiel de motorfiets wordt en hoeveel beter alles gaat als je wat gas bijgeeft in de bocht? Draai heel zachtjes en een heel klein beetje dat gashendel open en tracht de motorfiets zo vlug mogelijk aan te drijven. Best nog voor de apex, het meest nauwe punt van de bocht. Als je merkt dat je absurd vroeg het gashendel kunt opendraaien, dan is dat een indicatie dat je ingangssnelheid lichtjes hoger mag zijn. De volgende keer kun je de remmen dan iets vroeger lossen en wat sneller de bocht ingaan.

Versnel niet te wild

Eens de apex voorbij gezoefd kan je beginnen met het oprichten van de motorfiets. De beste manier is door zachtjes te accelereren, hiervan komt de motorfiets vanzelf gemakkelijk rechter. Tegelijk wordt er meer en meer rubber op het wegdek gedrukt. De grip van de banden die daarnet nog diende om niet zijwaarts weg te glijden kan nu gradueel geconverteerd worden naar acceleratie-tractie. Hoe meer de machine zich opricht, hoe meer het gashendel opengedraaid kan worden.

Ik kan je niet zeggen welke snelheid veilig is, maar ik kan je wel leren hoe je veilig snel kunt gaan. Hóe snel je gaat, beslis jijzelf maar het is een beslissing die reflectie en toewijding vraagt. Hoge snelheden op een lege autostrade zijn illegaal, maar 't is vrij veilig. 80 km/u ergens in de Ardennen kan wel legaal zijn, maar het kan tegelijk gevaarlijk zijn. Ga met je vrienden tezamen zitten en spreek over snelheid. Bepaal een redelijk maximum en hou je eraan. Als je het op de goede manier aanpakt is Het Tempo verslavend, zelfs zonder supersnel rijden.

Rationeel Groepsrijden

Er bestaat geen groep motorrijders die minder geïnteresseerd is in topsnelheden dan de groep waarin ik mee rij. Elke dwaas kan immers volgas geven. Als jij routineus 150 km/u rijdt, dan hopen we dat je in dezelfde mate noodstops oefent vanaf die snelheden. Vergeet daarenboven niet dat voor snel rijden zware boetes gevorderd worden. Het is nauwelijks aanvechtbaar en slaat grote gaten in je portefeuille. Rustig cruisen over de rechte stukken trekt veel minder aandacht van de autoriteiten en je hebt meteen de perfecte snelheid voor de volgende zwieper.

Rechte stukken kun je gebruiken om de rangorde terug te herstellen. De leider moet een tempo kiezen dat de volgers moeiteloos kunnen aanhouden, vooral bij het vertrek aan een kruispunt en bij het inhalen van een voertuig is dit heel belangrijk. De leider moet natuurlijk zo snel mogelijk inhalen zodat de rest ruimte en tijd krijgt om de wagen ook voorbij te steken, maar hij of zij mag niet zomaar blindelings overal langs scheren want dan valt de groep uiteen. Met normale snelheden op de rechte stukken kan iedereen weer gemakkelijk bij elkaar komen; in 't beste geval is er zo'n twee seconden tussen elk voertuig. Dat garandeert een maximaal zicht op het wegdek en het verkeer voor iedereen.

Het meeste plezier beleef ik aan het groepsaspect van het Temporijden: het in de gaten houden van de motorfietsen voor me die één na één als een rijtje dominostenen in de bocht vallen, of in mijn spiegels kijken terwijl mijn vrienden achter me de bocht uitkomen. Omdat er een leider is en er regels na te leven zijn, verdwijnt het competitieve aspect van sportrijden en daardoor valt van ieders ego een enorm grote prestatiedruk weg. Iedereen sprint wel eens tegen een vreemde of een vriend, maar dank zij Het Tempo hoeft dat eigenlijk niet meer. Dergelijke momenten spaar je op voor waar het kan en mag: het circuit. Dáár kan je je snelheid bewijzen en je vrienden en rivalen uitdagen.

Er zijn vele redenen waarom ik enkele jaren geleden de tekst Het Tempo geschreven heb, en het plezier dat ik eraan beleefd heb, was zeker niet een van de minste. Maar ik ben ook om minder leuke redenen gemotiveerd. Jaren geleden heeft Senator Danforth me de stuipen op het lijf gejaagd toen hij besloten had om ons tegen onszelf te beschermen door sportmotorfietsen te verbieden. Direct daarop hadden de verzekeringsmaatschappijen een zwarte lijst opgesteld met een hele resem sportmachines. Ik heb meegemaakt dat Mulholland Highway werd afgesloten omdat er rijders waren die absoluut wilden racen (en crashen) op een kort stuk ervan. Ik heb intensieve politiepatrouilles gezien op de meest favoriete wegen van straatracers. Ik heb ze de term "moordfietsen" enkele tientallen keren teveel horen gebruiken. Als we even de capaciteiten van een moderne sportmachine beschouwen, wordt het duidelijk dat de rijtechniek van de gemiddelde motorrijder véél te veel onderontwikkeld is om die machine ten volle te kunnen beheersen.

Rij slim

Het Tempo benadrukt intelligente, rationele rijtechnieken waarmee je geen seconde plezier verliest. De bekwaamheden die nodig zijn om te schitteren op een circuit, met uitzondering dan van de hoge snelheden, samen met een grotere veiligheidsmarge vormen de basisingrediënten van Het Tempo.

De Principes

- Bepaal vroeg genoeg je ingangssnelheid. Verknal de ingang en je zult niet meer kunnen corrigeren
- Kijk ver genoeg langs de weg. Door ver te kijken zul je de indruk hebben van minder snel te gaan en kun je panieksituaties vermijden.
- Stuur de machine snel. Er is een reden waarom Valentino Rossi aan krachttraining doet - een snel rijdende motorfiets sturen, kost kracht.
- Gebruik je remmen zacht maar krachtig. Gebruik ze en laat ze dan los, laat ze niet slepen.
- Geef snel terug gas. Door gas te geven stabiliseer je de machine, zeker door een hobbelige bocht.
- Overschrijd de middenlijn nooit, behalve om in te halen. Middenin een bocht over de middellijn gaan is toegeven dat je je machine eigenlijk niet kunt sturen. In racetermen uitgedrukt: je rijvak is je circuit, over de lijn gaan staat gelijk met crashen. Rechts van de lijn blijven maakt de bochten veel uitdagender.
- Ga niet te dicht tegen de middenlijn rijden. Je moet altijd een tegenligger verwachten die zelf met twee wielen op je vak zit.
- Hang niet af in de bochten. Blijf normaal op de motorfiets zitten. Je zult minder aandacht trekken en automatisch bouw je ook een zekere veiligheidsmarge op.
- Als je voorrijdt, rij in functie van de groep. Een goede verbale communicatie wordt aangevuld met handgebaren en de richtingsaanwijzers. Verander traag van richting en snelheid.
- Als je volgt, rij mee met de groep. Als je een voorrijder niet kunt volgen, verwacht dan niet dat iemand jou zal volgen als jij eens voorrijdt.

Auteur: Nick Ienatsch
Originele titel: The Pace
eerder gepubliceerd in Motorcyclist, Nov 91.
Nick Ienatsch is een in Amerika bekende motorracer en motorjournalist.
Auteur van het boek "Sport Riding Techniques".
Momenteel geeft hij les aan de raceschool van “Fast” Freddie Spencer, voormalig meermalig wereldkampioen motorracen. (www.fastfreddie.com)
Vertaling: Paul D'Hooghe